Week van de perfusionist

Week van de perfusionist
dinsdag, 28 apr 2026

Ze zijn met amper zo’n honderd in heel België en weinigen weten exact wat ze doen: de perfusionisten.
Margot, Maarten, Dieter en Pieter zijn de onmisbare schakel binnen het cardiochirurgisch team van ZOL. Elke dag dragen ze een essentiële bijdrage aan de gespecialiseerde ondersteuning van de meest kritieke patiënten. Naar aanleiding van de week van de perfusionist trokken we naar het operatiekwartier om meer te weten te komen over hun bijzondere job. 

 

Wat is een perfusionist? 

Margot: “Als perfusionisten maken we deel uit van het cardiochirurgisch team. Tijdens openhartoperaties bedienen we de hart-longmachine, die tijdelijk de functie van het hart en de longen overneemt.” 

Wat doen jullie concreet tijdens zo'n openhartoperatie? 

Maarten: "De chirurg opereert op een stilstaand hart, bijvoorbeeld om een bypass aan te leggen of een hartklep te herstellen. Wij nemen op dat moment met de hart-longmachine de volledige hart- en longfunctie over. Die machine zorgt ervoor dat het lichaam continu bloed en zuurstof krijgt, zodat alle vitale organen beschermd blijven. Dat vraagt niet alleen een grondige kennis van normale én afwijkende fysiologie, maar ook een technisch inzicht in de complexe apparatuur waarmee we werken.” 

Werken jullie ook buiten de openhartchirurgie? 

Dieter: “Zeker. Bij grote ingrepen waarbij veel bloedverlies verwacht wordt, in de vaatchirurgie, buikchirurgie, neurochirurgie en orthopedie, staan we klaar met een cell saver. In plaats van meteen bloed van een donor te geven, vangen we met die machine het verloren bloed van de patiënt op, zuiveren we het en geven we de rode bloedcellen terug. Dat noemen we een autologe transfusie: een transfusie met eigen bloed. Het leidt tot een beter herstel en minder risico's.” 

Margot: “We werken ook met zogenaamde ECMO-machines. Dat zijn toestellen die bij ernstig zieke patiënten tijdelijk, soms dagenlang of zelfs wekenlang, de functie van het hart of de longen overnemen. We plaatsen die in de operatiezaal, op Intensieve Zorgen of op Spoedgevallen en volgen de patiënt daarna nauwgezet op. Soms staan we ook standby bij risicovolle ingrepen in het Interventioneel Centrum, zodat we bij nood meteen ondersteuning kunnen bieden."  
 
Dieter: “Binnen het operatiekwartier zijn we bovendien een zelfstandige eenheid. We beheren onze dienst zelf: we houden gegevens bij en analyseren die, we zorgen dat materialen en technieken up-to-date blijven en we staan in voor het dagelijks onderhoud van de toestellen. Tegelijk volgen we voortdurend de nieuwste wetenschappelijke inzichten op en werken we aan verbeteringen.” 

Hoe word je perfusionist? 

Pieter: “In België heb je eerst een bachelor Verpleegkunde nodig, bij voorkeur aangevuld met een specialisatie in spoed- en intensieve zorgen. Daarna volg je een postgraduaat in de theoretische kennis van extracorporale technieken aan de KU Leuven. Maar eerlijk gezegd leer je de job pas echt op de werkvloer.” 

En welke eigenschappen heb je nodig? 

Pieter: “Je moet communicatief zijn, snel en goed beslissingen kunnen nemen en stressbestendig zijn. Een sterke kennis van anatomie en fysiologie is onmisbaar. En bovenal moet je in staat zijn om voor elke patiënt zorg op maat te bieden, want geen twee gevallen zijn identiek. Flexibiliteit is noodzakelijk.” 

Dieter: “We krijgen veel autonomie, maar die gaat gepaard met een grote verantwoordelijkheid. Chirurgen en anesthesisten vertrouwen volledig op ons. Dat vraagt dat je stevig in je schoenen staat, meerdere zaken tegelijk in de gaten houdt en je hoofd koel houdt onder druk.” 

Flexibiliteit gaat ver, want een spoedgeval houdt geen rekening met het uur. Hoe ervaar je dat? 

Margot: "Mensen vragen me soms: 'Is het niet vervelend, die wachttijden en onzekere uren?' Eerlijk gezegd vind ik het helemaal niet erg om 's nachts uit bed gebeld te worden. Dat zijn net de interessantste casussen, situaties waarbij je het verschil kunt maken. Als ik dan in mijn auto stap, weet ik dat ik onderweg ben om misschien mee een leven te redden. Tegelijk is het eerlijk om toe te geven dat de balans tussen werk en privé in onze job niet evident is. Gelukkig kunnen we altijd op elkaar rekenen." 

Kun je een concreet voorbeeld geven van die onderlinge steun? 

Maarten: “Op Sinterklaasavond had Pieter wacht. Midden in de avond werd een patiënt binnengebracht met een aortadissectie, een levensbedreigende scheur in de grote lichaamsslagader. Omdat Pieter nog nieuw was in ons team, is de regel dat een meer ervaren collega meekomt. Ik vierde Sinterklaas met mijn kinderen, maar ik twijfelde geen seconde. Halverwege de operatie belden we Dieter op om over te nemen, zodat ik toch nog tijd kon doorbrengen met mijn gezin. Ook hij zat met zijn jonge kinderen aan tafel. Ook hij twijfelde geen moment. Zo werkt ons team.” 

 
Jullie werken elk aan je eigen machine, maar vormen toch een hecht team. Hoe werkt dat? 

Margot: “We vertrouwen elkaar blindelings inderdaad. Als er iets niet gaat zoals gepland of er gebeurt iets tijdens een ingreep, moet elk lid van ons team de hart-longmachine van de ander kunnen overnemen, zonder één woord te zeggen. Er heerst daarvoor binnen ons team een cultuur waarin iedereen zichzelf kan zijn en tot zijn recht komt. We maken regelmatig bewust tijd om samen rond de tafel te zitten en casussen te bespreken. Niet alleen om bij te leren, maar ook om ervaringen te delen.” 

Gaat die samenwerking ook verder dan jullie eigen team? 

Maarten: "Zeker. We zijn ook een onderdeel van het chirurgisch team, waarbij chirurg, anesthesist, OK-verpleegkundige en wijzelf de handen in elkaar slaan om de patiënt tijdens een operatie zo goed mogelijk te begeleiden. Op de momenten dat er echt iets op het spel staat, hebben we nauwelijks woorden nodig. Bij een reanimatie bijvoorbeeld weet iedereen in de operatiezaal zijn rol en kent iedereen zijn plek. We zijn elk een schakel in een groter geheel, met als gemeenschappelijk doel: zorgen voor de patiënt." 
 

Cardiochirurgie staat nooit stil. Geldt dat ook voor perfusie? 

Pieter: “Al sinds de uitvinding van het eerste kunsthart in 1953 is perfusie onlosmakelijk verbonden met cardiochirurgie. Elke evolutie in de cardiochirurgische wereld wordt doorgetrokken in de perfusie. Cardiochirurgie zoekt voortdurend naar minder ingrijpende ingrepen voor de patiënt, en daarin moeten ook wij mee evolueren met nieuwe werkwijzen en technieken.” 

Hoe houden jullie die kennis up-to-date? 

Dieter: “Vanuit onze Belgische Vereniging van Perfusionisten, BelSECT, streven we ernaar om elke perfusionist Europees te certificeren. Om dat certificaat te behouden is het noodzakelijk om regelmatig bij te scholen en congressen bij te wonen. Margot en ik zijn daarnaast actief binnen BelSECT: we organiseren wetenschappelijke avonden en om de twee jaar ook een groot internationaal congres waar specialisten over de hele wereld hun inzichten delen. Zo legt onze dienst een netwerk aan over de landsgrenzen heen waardoor de beste zorg voor onze patiënt gewaarborgd blijft.” 

 

 

Agenda

Momenteel geen agenda-items

 

© 2026 Ziekenhuis Oost-Limburg